De indeling van het ambulancevervoer is gebaseerd op drie soorten urgenties:


A1-rit

A1-ritten worden ingezet als er gevaar bestaat voor het leven of blijvende invaliditeit bij een patiënt. Bijvoorbeeld bij een verkeersongeval, verdrinkingen, pijn op de borst, ademhalingsmoeilijkheden of een hartstilstand.
De ambulance rijdt met zwaailicht en sirene en moet volgens de sectornorm binnen vijftien minuten na melding ter plaatse zijn.


A2-rit

Bij A2-ritten is er geen direct levensgevaar voor de patiënt, maar is snelle hulp wel wenselijk. Bijvoorbeeld in het geval van acute (blindedarm-)ontstekingen, of bij ongevallen met gering letsel.
De A2-rit wordt geacht er binnen een half uur te zijn. De ambulance rukt meteen uit en maakt al dan niet gebruik van bijzondere signalen.

B-rit / besteld vervoer

Tot deze categorie wordt al het overige vervoer gerekend. Hiertoe behoort vervoer tussen ziekenhuizen voor onderzoeken of behandelingen, mensen die thuis moeten worden opgehaald voor opname, mensen die uit een ziekenhuis ontslagen worden, maar liggend vervoerd moeten worden.
Deze ritten worden soms van tevoren door de meldkamer ingepland. Maar dit is niet altijd mogelijk, omdat niet altijd precies bekend is wanneer iemand opgehaald kan worden.
Bij besteld vervoer is het streven om in 95% van de gevallen op tijd te rijden.

Het spoedvervoer heeft voorrang. Dat betekent dat als er nog geen patiënt in de ambulance ligt, deze ambulance ingezet kan worden voor een spoedrit A1 of A2.